Een taak
Een bruine en gele mand
Ik stuur een brief naar mijn moeder
Onderweg liet ik het vallen
Ik liet het vallen
Ik liet het vallen
Ja, onderweg heb ik hem laten vallen
Een klein meisje pakte het op
En stopte het in haar zak
Ze reed door de Avenue
Niets te doen
Ze ging overal pikken pikken
Toen ze het op de grond bespeurde
Ze nam het
Ze nam het
Mijn kleine gele mand
En als ze het niet terugbrengt, denk ik dat ik sterf
Een taak
Ik ben mijn gele mand kwijt
En als het meisje het niet teruggeeft
Ik weet niet wat ik zal doen
Oh jee, ik vraag me af waar mijn mandje mag zijn
(Wij ook, wij ook, wij ook, wij ook, wij ook)
Oh jee, ik wou dat ik dat kleine meisje kon zien
(Wij ook, wij ook, wij ook, wij ook, wij ook)
Oh, waarom was ik zo onzorgvuldig met die mand van mij?
Dat piepkleine mandje was een genot voor mij!
A-tisket
A-taak
Ik ben mijn gele mand kwijt
Kan iemand mij helpen mijn mandje te vinden?
En mij weer gelukkig maken?
(Was het groen?) Nee, nee, nee, nee
(Was het rood?) Nee, nee, nee, nee
(Was het blauw?) Nee, nee, nee, nee
Gewoon een klein geel mandje
Een klein geel mandje