(Een, twee)
(Eén, twee drie vier)
Hé, geef mij daar maar een koude
De straat, zwijg
O ja
Als er een feestje is, ga ik daarheen
Als er een rumba is, ga ik daarheen
Met goede muziek en alcohol
Als ze mij bellen, ga ik daarheen
O, daar ga ik
O, daar ga ik
O, daar ga ik
Waar ze me ook bellen, ik ga daarheen
Waar is het feest, ik ga daarheen
Waar is de rumba, waar ik heen ga
Waar zijn de meisjes, ik ga daarheen
Waar ze mij ook bellen, ik ga daarheen
De straat roept mij (ja, ja, ja, ja, ja)
O, hij belt mij
(¡Epa!)
(Eieren)
(¡Arráncate, hé!)
(¡Azuca, uy!)
(Ah, ah, ah, ah)
(Afscheuren)
(Om te rumba!)
(Oeps, ja)
(¡Epa!)
Als er een feestje is, ga ik daarheen
Als er een rumba is, ga ik daarheen
Met goede muziek en alcohol
Als ze mij bellen, ga ik daarheen
Als er een feestje is, ga ik daarheen
Als er een rumba is, ga ik daarheen
Met goede muziek en alcohol
Als ze mij bellen, ga ik daarheen
Waar is het feest, ik ga daarheen
Waar is de rumba, waar ik heen ga
Waar is mijn meisje, waar ik heen ga
Waar ze mij ook bellen, ik ga daarheen
(Aanval, Arbise)
(Ah, ah, ah, ah)
([?])
(Een, twee, een twee, drie)
(Eh, ataca, Sergio)
(Eieren)
(Wie-wie)
(Oh-oh, ah)
(Eieren)
Waar is het feest, ik ga daarheen
Waar is de rumba, waar ik heen ga
Waar de meisjes ook zijn, ik ga daarheen
Waar ze mij ook bellen, ik ga daarheen
Dat je al weet hoe ik ben
Als er een rumba is, ga ik daarheen
Hier ga ik, hier ga ik
Hier ga ik, hier ga ik
Waar is het feest, ik ga daarheen
Waar is de rumba, waar ik heen ga
Waar de meisjes ook zijn, ik ga daarheen
Waar ze mij ook bellen, ik ga daarheen
Hier ga ik, hier ga ik
Ik ga daarheen
Ik ga daarheen
buitenaardse duif
Ik arriveerde