Ik rijd alleen, naar huis van mijn werk
En ik denk altijd aan haar
Nou laat in de avond bel ik haar
Maar ik zeg nooit een woord
En ik zie hoe ze de telefoon tussen haar kin en schouder klemt
En ik kan haar adem bijna zwak ruiken met een zoete geur van verval
Ze serveert hem aardappelpuree
En ze serveert hem gepeperde biefstuk, met maïs
Trekt haar jurk over haar hoofd
Laat het op de grond vallen
En fluistert ze ooit al haar favoriete fruit in zijn oor?
En op de meest exotische plaatsen worden ze verbouwd
En ik zou haar daar graag heen brengen, in plaats van deze trein
En als ik ambtenaar was, zou ik een plek in de koloniën hebben
We speelden croquet achter witgekalkte muren en dronken onze thee om vier uur
Binnen interventieafstand van de ambassade
De middaglucht wordt dikker met de hitte
En drijft richting de rij bomen
Waar negers met hun ogen knipperen, zinken ze weg in een siësta
En wij rotten als een vrucht onder een roestend dak
We dromen onze dromen en zingen onze liederen over liefde en vruchtbaarheid
Van leven en liefde
Van leven en liefde
Van leven en liefde -Camper Van Beethoven